Het cluster van der Wurff is een testbatterij van vijf provocatietesten voor het sacroiliacale gewricht. Als drie of meer testen de bekende pijn van de patiënt reproduceren, is SI-gerelateerde pijn aannemelijk. In dit artikel lees je hoe je elke test uitvoert, hoe je de uitkomst interpreteert en wat het verschil is met het cluster van Laslett.
Wat is het cluster van der Wurff?
Het cluster van der Wurff is een gestandaardiseerde testbatterij die wordt gebruikt om te bepalen of de pijn van een patiënt afkomstig is uit het SI-gewricht. Fysiotherapeuten en andere zorgprofessionals zetten dit cluster in bij patiënten met pijn in de bil- of lage rugstreek, waarbij SI-betrokkenheid een van de hypothesen is.
De testbatterij bestaat uit vijf SI-provocatietesten. Elk van deze testen is op zichzelf onvoldoende betrouwbaar voor een diagnose. Juist de combinatie maakt het cluster waardevol. Volgens Van der Wurff et al. (2006) heeft het cluster bij drie of meer positieve testen een sensitiviteit van 85% en een specificiteit van 79%.
In 2026 is het cluster van der Wurff nog steeds een veelgebruikt diagnostisch instrument binnen de fysiotherapeutische praktijk, naast het cluster van Laslett.
Wanneer gebruik je dit cluster?
SI-gewricht als bron van lage rugpijn
Het SI-gewricht is bij ongeveer 15 tot 20 procent van de patiënten met chronische lage rugpijn de (mede)oorzaak van de klachten. Individuele provocatietesten zijn onvoldoende betrouwbaar om deze diagnose te stellen. Dat is precies waarom een clusterbenadering, zoals het cluster van der Wurff, de voorkeur verdient.
Je overweegt het cluster wanneer de anamnese wijst op mogelijke SI-betrokkenheid: pijn in de bil of het SI-gebied, klachten die verergeren bij eenzijdige belasting (staan op één been, traplopen) of een voorgeschiedenis van bekkenpijn, trauma of zwangerschap.
Indicaties en aandachtspunten
Let op dat het cluster van der Wurff niet geschikt is als de patiënt ouder is dan 60 jaar. Vanaf die leeftijd treedt vaak ossificatie op van het SI-gewricht, waardoor er geen bewegelijkheid meer mogelijk is. SI-betrokkenheid als pijnbron is dan niet waarschijnlijk.
Voer het cluster ook niet uit bij acuut trauma, ernstige osteoporose of andere contra-indicaties voor manuele druk op het bekken. Combineer de testuitkomsten altijd met het bredere klinische beeld.
De 5 testen van het cluster van der Wurff
Hieronder vind je de uitvoering van elke test uit het cluster van der Wurff. Voer alle vijf testen uit, tenzij de patiënt al eerder dan drie positieve uitslagen bereikt. Een test is positief als de bekende pijn van de patiënt wordt gereproduceerd.
Distractietest
De patiënt ligt in ruglig. De fysiotherapeut staat naast de patiënt aan de te onderzoeken zijde, ter hoogte van het bekken. Met gekruiste armen geeft de fysiotherapeut druk op beide spina iliaca anterior superior (SIAS) in een dorso-laterale richting, met een kracht van ongeveer 25 tot 30 kilogram. Let op de drukgevoeligheid van de huid ter hoogte van de SIAS: rek de huid niet uit. De druk wordt langzaam opgebouwd en vijf seconden aangehouden. Het effect is distractie anterior en compressie posterior van het SI-gewricht.
Compressietest
De patiënt ligt op de niet-aangedane zijde, rug zo dicht mogelijk bij de rand van de behandelbank. De heupen zijn geflecteerd tot circa 45 graden, de knieën circa 90 graden. De fysiotherapeut staat aan de rugzijde van de patiënt ter hoogte van het bekken en geeft verticale druk op de bovenste crista iliaca in de richting van de behandelbank. Dit veroorzaakt compressie van het SI-gewricht aan de bovenste zijde.
Thigh Thrust test
De patiënt ligt in ruglig, met de te onderzoeken zijde zo dicht mogelijk bij de rand van de behandelbank. De fysiotherapeut flecteert het ipsilaterale been tot circa 90 graden heupflexie, met de knie ontspannen. De fysiotherapeut adduceert rustig het femur en omsluit de knie met samengevouwen handen. Vervolgens geeft de fysiotherapeut een opvoerende kracht in de lengterichting van het femur. Dit zorgt voor een afschuiving van anterior naar posterior van het SI-gewricht aan dezelfde zijde.
Gaenslen’s test
De patiënt ligt in ruglig, met de te onderzoeken zijde aan de rand van de behandelbank. Het niet te onderzoeken been wordt door de patiënt zelf in maximale heupflexie gehouden tegen de borst. De fysiotherapeut fixeert dit been en begeleidt het te onderzoeken been voorzichtig in maximale heupextensie over de rand van de bank. Deze combinatie van flexie aan de ene kant en extensie aan de andere kant creëert een rotatiekracht op het SI-gewricht.
Patrick’s test (FABER)
De patiënt ligt in ruglig. Het te onderzoeken been wordt in Flexie, Abductie en Exorotatie (FABER) geplaatst, waarbij de enkel op de contralaterale knie rust. De fysiotherapeut brengt voorzichtig druk op de knie in de richting van de behandelbank en fixeert het contralaterale bekken. Een positieve test reproduceert de bekende pijn in het SI-gebied.
Hoe interpreteer je de uitkomst?
Afkappunt: 3 van 5 positief
Het cluster van der Wurff is positief als drie of meer van de vijf testen de voor de patiënt herkenbare pijn reproduceren. Bij minder dan drie positieve testen is SI-gerelateerde pijn als primaire bron minder aannemelijk. De sensitiviteit van 85% en specificiteit van 79% gelden specifiek bij dit afkappunt.
Wat doe je als slechts twee testen positief zijn? Weeg dit af in het bredere klinische beeld. Twee positieve testen zijn geen definitieve uitsluiting, maar geven onvoldoende grond voor SI-betrokkenheid als primaire hypothese. Overweeg in dat geval aanvullend onderzoek of een andere diagnostische richting.
Vorlauf-fenomeen als vervolgstap
Als het cluster positief is (drie of meer testen positief), kun je het Vorlauf-fenomeen als vervolgstap uitvoeren. Dit beweeglijkheidsonderzoek geeft aanvullende informatie over de aard van de SI-problematiek.
De patiënt staat met de voeten 15 centimeter uit elkaar. De fysiotherapeut plaatst de duimen op de linker en rechter spina iliaca posterior superior (SIPS). De patiënt buigt vervolgens maximaal voorover. Als één van beide SIPS eerder craniaal beweegt, is er sprake van een Vorlauf-fenomeen.
- Vorlauf aan de niet-pijnlijke zijde: waarschijnlijk sacro-iliacale instabiliteit.
- Vorlauf aan de pijnlijke zijde: waarschijnlijk sacro-iliacale gewrichtsblokkering.
Cluster van der Wurff versus cluster van Laslett
Zowel het cluster van der Wurff als het cluster van Laslett worden gebruikt om SI-gerelateerde pijn te diagnosticeren. Ze verschillen in opbouw, uitvoering en afkappunt. Geen van de twee clusters wordt in de literatuur als superieur aangewezen. De keuze hangt af van de voorkeur van de therapeut en de klinische context.
| Cluster | Aantal testen | Afkappunt | Sensitiviteit | Specificiteit |
| Cluster van der Wurff | 5 | 3 van 5 positief | 85% | 79% |
| Cluster van Laslett | 4 (uit 6) | 2 van 4 positief | 88% | 78% |
Een belangrijk verschil in uitvoering: bij het cluster van Laslett worden niet alle testen zonder meer uitgevoerd. Laslett werkt met een algoritme waarbij je begint met de Thigh Thrust en de Distractietest, omdat deze de hoogste individuele validiteit hebben. Als beide testen positief zijn, is verdere testafname soms niet noodzakelijk.
Bij het cluster van der Wurff voer je in principe alle vijf testen uit, tenzij de patiënt al drie of meer positieve uitslagen heeft. Beide benaderingen zijn evidence-based. Lees meer over de wetenschappelijke vergelijking in de studie van Laslett et al. (2005) via Springer.
Wetenschappelijke onderbouwing
Het cluster van der Wurff is gebaseerd op het onderzoek van Van der Wurff, Buijs en Groen (2006), gepubliceerd in het Archives of Physical Medicine and Rehabilitation. In dit onderzoek werd het multitest-regime gevalideerd als hulpmiddel om onnodige minimaal invasieve sacroiliacale gewrichtsprocedures te voorkomen.
De diagnostische accuratesse van individuele SI-provocatietesten is beperkt, zoals ook bevestigd wordt door eerder onderzoek van Kokmeyer et al. (2002). Het gebruik van een testbatterij leidt tot betrouwbaardere conclusies dan het gebruik van één enkele test. Dit is de kern van de clusterbenadering: niet de individuele test, maar de combinatie van uitslagen geeft klinische richting.
Het cluster van der Wurff vraagt wat oefening, maar geeft je als fysiotherapeut een betrouwbare basis om SI-betrokkenheid te bevestigen of uit te sluiten. Wil je meer weten over gerelateerde testen voor het bewegingsapparaat? Bekijk dan ook onze uitleg over de Thessaly test, de Valgus Varus Stress test of de Neer test.
Veelgestelde vragen over het cluster van der Wurff
Bij het cluster van der Wurff moeten minimaal drie van de vijf testen positief zijn om SI-gerelateerde pijn aannemelijk te achten. Bij dit afkappunt heeft het cluster een sensitiviteit van 85% en een specificiteit van 79%. Minder dan drie positieve testen geeft onvoldoende grond voor SI-betrokkenheid als primaire hypothese.
Het cluster van der Wurff bestaat uit vijf testen met een afkappunt bij drie positief, terwijl het cluster van Laslett werkt met vier testen en een afkappunt bij twee positief. Laslett maakt gebruik van een algoritme waarbij de volgorde van testafname afhangt van de uitkomst. Beide clusters hebben vergelijkbare diagnostische waarden en geen van de twee is in de literatuur als superieur aangewezen.
Het cluster van der Wurff bestaat uit de Distractietest, de Compressietest, de Thigh Thrust test, de Gaenslen’s test en de Patrick’s test (FABER). Alle vijf testen richten zich op het provoceren van de bekende pijn van de patiënt via druk of beweging op het SI-gewricht.
Bij patiënten ouder dan 60 jaar is het cluster van der Wurff doorgaans niet zinvol. Vanaf die leeftijd treedt ossificatie op van het SI-gewricht, waardoor de beweeglijkheid sterk afneemt en SI-betrokkenheid als pijnbron minder waarschijnlijk is. Houd hier rekening mee bij je klinische redenering.
Als slechts twee van de vijf testen positief zijn, is het cluster van der Wurff niet positief. SI-gerelateerde pijn is in dat geval minder aannemelijk als primaire hypothese. Weeg de uitkomst altijd af in het bredere klinische beeld en overweeg aanvullend onderzoek of een alternatieve diagnostische richting, zoals een beoordeling van de lumbale wervelkolom.
Fysiotherapieblog.nl is geen medisch specialist en niet gelinkt aan een erkende fysiotherapeut. De informatie op deze website is gebaseerd op eigen ervaringen. Heb je vragen? Overleg dan met je eigen fysiotherapeut of huisarts. Aan de informatie op de website kunnen geen rechten worden ontleend.